En voor ik het wist begon ze alle haltes op de Victoria-lijn op te sommen, een litanie van Franse, Griekse, Duitse, Arabische en Engelse namen die in mijn herinnering voorgoed zijn vervlochten met het beeld van mijn moeder zoals ze daar op het bovendek van de impériale met haar zonnenhoed op, haar kleurige sjaal en de donkere haren wapperend om haar gezicht tegen de achtergrond van de zee, een sigart zat te roken en zich uit alle macht inspande om mij af te leiden van mijn schoolbeslommeringen: Ik zou ze nooit vergeten, die namen: Sarwat, San Stefano, Ziziana, Mazloum, Glymenopoulos, Saba Pasha, Bulkley, Rouchdy, Moustafa Pasha, Sidi Gaber, Cleopatra, Sporting, Ibrahimieh, Camp de César, Chatby, Mazarita, Ramleh.André Aciman: Uit Egypte, (1994), De Revisor 2001, 5/6.
Ook E. M. Forster ontmoette zijn muze op een Alexandrijnse tram. Hij werd verliefd op de Egyptische tramconducteur, Mohamed el Adl. Mohamed was het beste dat me in mijn leven is overkomen, verklaarde Forster nog op 84 jarige leeftijd. Mohamed deed dienst op de blauwe Bacoslijn en was de enige, volgens de schrijver, die niet op de tenen van de passagiers ging staan.






